Tenniselleboog - de visie van onze praktijk
Een tenniselleboog is waarschijnlijk één van de meest verkeerd begrepen peesproblemen die ik in de praktijk zie. Niet omdat het een zeldzame aandoening is, maar net omdat er zóveel verschillende meningen, behandelingen en ‘snelle’ oplossingen rond bestaan.
Vaak zie ik patiënten pas heel laat in het traject. Soms na zes maanden, een jaar of langer klachten. Tegen dan hebben ze meestal al een hele lijst behandelingen geprobeerd:
infiltraties,
dry needling,
shockwave,
dwarse fricties,
ultrasound,
braces,
massages,
stretching…
Vaak met tijdelijke hoop, maar zonder echte duurzame verandering.
Tenniselleboog en de behandeling ervan begrijpen
Dat betekent niet dat al die behandelvormen per definitie nutteloos zijn. Sommige mensen ervaren tijdelijk minder pijn door bepaalde technieken. Maar daar wringt net het schoentje: symptoomvermindering is niet automatisch hetzelfde als een betere belastbaarheid van de pees.
Dat onderscheid wordt nog te vaak vergeten.
Een tenniselleboog is meestal geen klassieke “ontsteking”, ondanks de naam “epicondylitis” die nog vaak gebruikt wordt. Er kan zeker een ontstekingscomponent aanwezig zijn, vooral in een vroege fase, maar bij veel langdurige klachten zien we dat het probleem veel complexer wordt dan alleen ontsteking. Dat verklaart ook waarom ontstekingsremmers zoals NSAID’s bij veel mensen slechts beperkt of tijdelijk effect hebben.
Wat er vaak gebeurt, is dat de peesplaat aan de buitenzijde van de elleboog overbelast geraakt. Niet noodzakelijk door één zware beweging, maar meestal door een opstapeling van repetitieve belasting waar het herstel onvoldoende kan volgen.
Wie komt er met een tenniselleboog binnen en waarom?
Opvallend genoeg zijn het meestal geen tennisspelers die ik zie.
De grootste groep bestaat uit mensen met repetitieve belasting: arbeiders, klussers, bureauwerkers, mensen die veel grijpen, tillen of langdurig met hun handen werken.
Padel- en tennisspelers zie ik uiteraard ook, maar zij vormen eerder een minderheid.
Veel klassieke oefenprogramma’s focussen vooral op het plooien en strekken van de pols. Maar de betrokken pees doet in werkelijkheid veel meer dan alleen beweging maken. Ze helpt de hand positioneren als werktuig. Wanneer je grijpt, tilt, schroeft, typt of kracht zet met de hand, werkt die pees voortdurend mee om stabiliteit en controle te houden. Dat betekent ook dat de pees niet alleen hard moet kunnen “bewegen”, maar vooral goed moet kunnen omgaan met langdurige spanning en controle.
Veel dagelijkse handelingen vragen namelijk niet om grote zichtbare bewegingen, maar om kleine, continue spierspanning om de pols en hand stabiel te houden terwijl je werkt.
Iemand die een hele dag gereedschap vasthoudt, repetitief typt, langdurig met een computermuis werkt of voortdurend moet grijpen en dragen, belast die pees vaak uren aan een stuk in een relatief statische positie. Dat is een totaal andere belasting dan een gecontroleerde oefening van enkele herhalingen in een kinesitherapiesessie.
Daarom zie ik ook regelmatig mensen die hun oefeningen perfect uitvoeren, maar tegelijk dagelijks hun pees blijven overprikkelen zonder het te beseffen. Niet omdat ze “te veel sporten”, maar omdat hun totale positionele belasting doorheen de dag enorm hoog blijft.
Dat betekent ook dat het probleem vaak breder is dan enkel “een pijnlijke plek aan de elleboog”.
Gripbelasting,
werkbelasting
en de totale belasting doorheen de dag
spelen meestal een enorme rol. Daarom zie ik ook regelmatig mensen die oefeningen doen, maar tegelijk dagelijks hun pees blijven overprikkelen op het werk of tijdens hobby’s. Dan blijft het lichaam voortdurend reageren zonder echt de kans te krijgen om zich aan te passen.
Een mentale shift in de benadering
En net daar loopt het vaak fout in behandeling.
Veel therapieën richten zich vooral op de pijnlijke structuur zelf. Maar wanneer het belastingsverhaal niet aangepakt wordt, blijft de pees vaak gevangen in dezelfde vicieuze cirkel.
Dat betekent niet dat passieve behandelingen geen plaats kunnen hebben. Een brace, dry needling, shockwave of stretching kunnen bij sommige mensen tijdelijk symptomen verminderen. Maar die technieken mogen nooit het volledige behandelplan worden.
Er moet altijd kritisch geëvalueerd worden: helpt dit enkel kortdurend tegen de pijn, of verbetert ook de belastbaarheid van het systeem?
Als klachten maandenlang onveranderd blijven ondanks behandeling, moeten patiënten dat ook durven benoemen. Niet elke behandeling die populair is, verandert automatisch het herstelproces.
Dat vraagt soms een mentale switch, want veel mensen starten een traject met de verwachting dat er ergens een “quick fix” bestaat die de pijn snel zal wegnemen. Maar een tenniselleboog gedraagt zich meestal niet zo.
Een pees herstelt traag. Zeker wanneer klachten al maanden aanwezig zijn.
Daarom is vroege detectie zo belangrijk. Hoe sneller je ingrijpt in belastingspatronen, hoe groter de kans dat je voorkomt dat het probleem chronisch wordt. Dat betekent niet dat vroege klachten altijd snel opgelost zijn, maar doorgaans zien we wel een gunstigere prognose wanneer mensen sneller leren doseren in plaats van maandenlang door irritatie heen te blijven werken.
Daarom botst het ook vaak in revalidatieschema’s met dagelijkse oefeningen.
Veel mensen denken dat méér oefeningen automatisch beter zijn. Maar bij peesproblemen is herstelcapaciteit minstens even belangrijk als belasting. Dagelijks dezelfde oefeningen uitvoeren zonder voldoende herstelmomenten is zelden het magische antwoord.
Hoe wij de behandeling zien
Ik leg patiënten vaak uit dat een pees niet sterker wordt van constante irritatie, maar van goed gedoseerde prikkels gevolgd door herstel. Dat betekent soms net minder doen, slimmer plannen en rekening houden met werkbelasting, sportmomenten en grijpkracht doorheen de dag.
Ook rekken krijgt vaak een grotere rol toegeschreven dan het verdient. Sommige mensen ervaren tijdelijke symptoomvermindering door stretching, en dat is prima. Maar het is geen heilige graal, en zeker niet voor iedereen dé oplossing.
De realiteit is minder spectaculair dan veel online verhalen of wonderbehandelingen doen uitschijnen. Een tenniselleboog vraagt meestal tijd, inzicht en een doordachte opbouw van belastbaarheid. Geen zoektocht naar één magische techniek, maar een plan dat rekening houdt met hoe de pees werkelijk belast wordt in het dagelijks leven.
Want uiteindelijk draait herstel niet alleen rond minder pijn.
Het draait rond opnieuw vertrouwen krijgen in wat je arm aankan.
We vroegen Robbe Varewyck, kinesitherapeut bij PILAS
om zijn licht te laten schijnen vanuit de praktijkvisie
op de complexe problematiek die een tenniselleboog toch is